Hoe IJzevoordse schutters vanuit Doetinchem konden schieten op een kaart op Zelhemse grond

Hoe IJzevoordse schutters vanuit Doetinchem konden schieten op een kaart op Zelhemse grond

,,Of ik als kind een windbuks onder mijn bed had liggen? Nee joh, dat mocht niet van mijn vader. Hooguit een katapult”, zegt Marcel Wilbrink (66) lachend.

Hij is sinds 1986 lid van Schietvereniging IJzevoorde Slangenburg (SIJS) en sinds 2018 voorzitter. Minimaal eenmaal per week is de inwoner van Terborg in de schietkelder aan de Loordijk te vinden met zijn klein kaliber pistool.

Een collega van de penitentiaire inrichting bracht hem destijds in contact met de schietsport. ,,Hij zei ‘Kom gewoon een keertje kijken’. Dat heb ik gedaan en ik ben nooit meer weggegaan.”

Niet meer schaatsen, dan maar schieten

De schietvereniging kent een verrassende ontstaansgeschiedenis. In vroegere tijden werd er geschaatst op de gracht van kasteel Slangenburg. De aanleg van een brug in 1948 maakte echter een abrupt einde aan de ijspret. Bestuursleden van de ijsclub opperden het idee of een schietclub wellicht een goed alternatief was. Hun idee viel in goede aarde.

Het eerste onderkomen was de voormalige Zondagsschool. Wilbrink: ,,Een klein gebouwtje dat werd gebruikt als kantine. Buiten werd een schietbaan aangelegd. Voor het transportsysteem van de schietkaarten werden rioleringsbuizen ingegraven. Daar is later nog een koe doorheen gezakt. Het gebouwtje stond op de grens van de gemeenten Doetinchem en Zelhem. De schutter zat dus in Doetinchem te schieten op een kaart op Zelhems grondgebied.”

In 1985 werd verhuisd naar de voormalige kleuterschool.
In 1985 werd verhuisd naar de voormalige kleuterschool. © SIJS

Verhuizing naar de kleuterschool

In 1985 kwam een betere locatie vrij: de kleuterschool. Vrijwilligers toverden het klaslokaaltje om tot een volwaardige kantine met bar. Achter het gebouw werd een kelder uitgegraven voor tien schietbanen van 12 meter lang waar lucht- en vuurschutters naar hartenlust kunnen oefenen.

De schietvereniging heeft meerdere succesvolle schutters voortgebracht. Zo kwalificeerde Gert Bulten zich voor de Olympische Spelen van 1964. Hij ging echter niet omdat hij het te druk had met zijn bedrijf.

Jan Korten, die meerdere kampioenschappen behaalde, werd onlangs Nederlands kampioen in de categorie klein kaliber opgelegd. Pepijn Claassen werd vijfde bij het Nederlands kampioenschap luchtbuks voor jeugdschutters.

Wilbrink: ,,Bij het schieten gaat het mij niet om het wapen. Daar heb ik niet echt wat mee. Het leuke van schieten is vooral dat het een concentratiesport is, met de nadruk op sport. Je moet het wapen doodstil kunnen houden en op het juiste moment de trekker overhalen. En dan natuurlijk een 10 schieten. Maar dat valt nog niet mee, kan ik je vertellen. Wat dat betreft ben ik jaloers op de jonge jongens hier. Die staan hier met speciale schietschoenen en schietjas bewegingsloos tienen te schieten. Schitterend om te zien.”

Bron: De Gelderlander

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *